Jeugdgezondheids-zorg Zutphen Jaarverslag Zutphen 2025

Terugblik op 2025

In 2025 lag in Zutphen de focus op het doorvoeren en uitvoeren van nieuwe werkwijzen binnen het consultatiebureau. Een belangrijk onderdeel hiervan was de voorbereiding en start van twee pilots: Centering Ouderschap en het Startgesprek op het consultatiebureau. Deze pilots zijn in de loop van het jaar voorbereid. Centering Ouderschap is aan het einde van 2025 van start gegaan en het startgesprek start in 2026.
Ouders maakten in 2025 veelvuldig gebruik van de mogelijkheid om contactmomenten in overleg af te stemmen op wat passend is voor henzelf en hun kind.

Hoogtepunten en trots

In de uitvoering van het werk is in 2025 zichtbaar dat vaste consultmomenten minder leidend zijn geworden. In overleg met ouders wordt bepaald wanneer en op welke manier contact plaatsvindt, conform het Landelijk Professioneel Kader. Dit komt onder andere tot uiting bij ouders die afwijken van het reguliere vaccinatieschema en bij ouders die minder frequent of juist op andere momenten of manieren contact wensen.
Wanneer een bezoek aan het consultatiebureau niet passend is, wordt gekozen voor alternatieve vormen van contact, zoals een huisbezoek of een telefoongesprek. Deze flexibele manier van werken maakt het tevens mogelijk om ouders met verschillende achtergronden en overtuigingen in beeld te houden.

Inhoudelijke ontwikkelingen

In 2025 werd in Zutphen een toename gezien van complexere casuïstiek. Er zijn vaker gezinnen waarbij meerdere problemen tegelijk spelen en waarbij medische, sociale en opvoedkundige vragen samenkomen. In deze situaties is het van belang dat signalen vroeg worden herkend en dat vervolgacties tijdig worden ingezet.
De korte lijnen in het netwerk en met de jeugdconsulenten maken het mogelijk om snel te schakelen wanneer aanvullende ondersteuning nodig is. De jeugdgezondheidszorg vervult hierbij een signalerende en verbindende rol, waarbij zowel het kind als het gezin als geheel in beeld blijven. Een voorbeeld hiervan staat beschreven in de casus.

 

Signalen en trends

In de dagelijkse praktijk werden in 2025 een aantal dingen waargenomen. Zo kwamen er vaker vragen naar voren over mogelijke koemelk-eiwitallergie. Het is nog niet duidelijk geworden waardoor ouders deze vragen vaker stellen. 

Daarnaast bereiden ouders zich steeds vaker digitaal voor op consulten, door middel van vragenlijsten. Ook hebben ouders vaak informatie van internet meegenomen in het gesprek, Dat vraagt om extra aandacht voor uitleg en duiding in relatie tot het individuele kind.
Het gebruik van mobiele telefoons door ouders is ook een terugkerend aandachtspunt. Dit beïnvloedt het goede contact tussen ouder en kind.
Daarnaast is zichtbaar dat een deel van de ouders kiest voor aangepaste vaccinatieschema’s of gedurende het traject stopt met vaccineren. Over deze keuzes blijft het gesprek met ouders centraal staan. Tevens hebben we in 2025 een analyse gemaakt van de vaccinatiecijfers. Hierin zien we duidelijke verschillen in wijken en achtergronden. Het gesprek hierover en de keuzes die we hierin zouden kunnen maken worden in 2026 verder besproken met gemeente samen.

Wat ook opvallend is in Zutphen, is dat het moeilijker is om hulp in te schakelen. Ouders geven aan dat ze denken het zelf wel te redden, dat ze niet anders of meer hoeven dan andere ouders. Ze zeggen soms ja op het moment, maar haken vaker dan in andere gemeenten toch af als de hulp daadwerkelijk zou willen starten.

Uitdagingen en verschil maken

In Zutphen werd in 2025 zichtbaar dat ouders steeds vaker te maken krijgen met uiteenlopende en soms tegenstrijdige informatie over opvoeden, ontwikkeling en gezondheid. Digitale bronnen, onderlinge uitwisseling en maatschappelijke discussies beïnvloeden keuzes van ouders, onder andere rondom voeding, mediagebruik en vaccineren. Dit vraagt om een zorgvuldige balans tussen aansluiten bij ouders en het bieden van heldere, professionele duiding. 

Door signalen vroegtijdig op te vangen en waar nodig samen te werken met andere betrokken partijen, blijft passende ondersteuning beschikbaar voor kinderen en gezinnen, ook wanneer situaties complexer worden.

Casus

In de loop van 2025 werd een kind gezien waar extra zorgen over waren, dit betekende dat het kind extra werd gezien door de Jeugdarts. Tijdens dat moment werd een afwijking geconstateerd waar een spoedverwijzing naar het ziekenhuis voor is gedaan.

Daar bleek sprake van ernstig letsel en werd direct vervolgzorg ingezet, waarbij ook andere instanties betrokken raakten. In het verdere verloop van de casus bleek de afstemming met ouders complex, onder andere door onduidelijkheid over verblijfssituaties en vertraagde terugkoppelingen tussen verschillende zorgprofessionals.
Deze casus onderstreept het belang van tijdige signalering, directe opvolging en samenwerking in de keten.