Pilot werken met beelden bij een VVE indicatie Jaarverslag Doetinchem 2025

pilot werken met beelden bij een VVE indicatie

Pilots werken met beelden bij Vroeg- en Voorschoolse Educatie (VVE) Indicatie

In 2024 zijn in de gemeenten Doetinchem, Montferland en Winterswijk pilots gestart rondom de inzet van videobeelden bij kinderen met een VVE-indicatie (Voor- en Vroegschoolse Educatie). In 2025 zijn deze pilots afgerond. Binnen deze drie gemeenten hebben 230 gezinnen een huisbezoek van de jeugdverpleegkundige ontvangen. Voor deze methodiek zijn 14 jeugdverpleegkundigen opgeleid. Van de kinderen met een VVE-indicatie was 40% het eerste kind in het gezin en 38% het tweede kind.

Alle gezinnen ontvingen een vragenlijst om inzicht te krijgen in de effecten en ervaringen van ouders; 46% van de ouders heeft deze ingevuld.

Doelstellingen huisbezoeken

De huisbezoeken hadden als doel:

  • Het bevorderen van contact en hechting tussen ouder en kind.
  • Het verbeteren van de kwaliteit van de interactie en communicatie, en daarmee de spraak- en taalontwikkeling van het kind.
  • Het versterken van opvoedingsvaardigheden van de ouder.
  • Het voorkomen van sociaal-emotionele ontwikkelingsproblemen bij jonge kinderen.

Tijdens het huisbezoek is een korte opname gemaakt van een spelsituatie, die samen met de ouders is teruggekeken volgens de methode Kijk en Groei. Deze methodiek maakt een eenmalige opname van enkele minuten van een alledaagse situatie, zoals een eet-, speel- of voorleesmoment. De opname wordt gemaakt door de jeugdverpleegkundige.

Het doel van de opname is om natuurlijke interacties tussen ouder en kind te ondersteunen, versterken of herstellen. Door een methodische analyse van de video worden de initiatieven van het kind zichtbaar en leren ouders hoe zij de ontwikkeling van hun kind optimaal kunnen ondersteunen.

Uitkomsten op basis van antwoorden van ouders pilot: 

Er is onderzoek gedaan waar verbetering zichtbaar is in de basiscommunicatie tussen ouder en kind. Hiervoor zijn tijdens het huisbezoek verschillende elementen gemeten: oogcontact, het toewenden naar en volgen van het kind, het gebruik van een vriendelijke toon, het geven van bevestiging (“ja zeggen”), het aanpassen aan het tempo van het kind tijdens het spelmoment en het benoemen van handelingen, gevoelens en emoties van zowel het kind als de ouder.

  • Bij 54% van de ouders is het maken van oogcontact bewuster geworden na het terugkijken van de opname. Hoewel oogcontact vanzelfsprekend lijkt, is het van groot belang voor het gevoel van gezien worden bij kinderen.
  • Het toewenden naar en volgen van het kind is bij 63% van de ouders toegenomen of bewuster geworden. Ouders kijken hierdoor meer naar wat hun kind bezighoudt en proberen beter te begrijpen wat hun kind met gedrag wil laten zien.
  • Bij het gebruik van een vriendelijke toon blijkt dat veel ouders dit van nature al doen. Toch geeft 47% van de ouders aan zich hier na de opname nog bewuster van te zijn geworden. Een vriendelijke toon draagt bij aan een positieve sfeer en ondersteunt het ontstaan van een veilige hechting.
  • Ook bij het “ja zeggen” is meer bewustzijn zichtbaar: 52% van de ouders geeft aan hier bewuster mee om te gaan. Door ruimte te geven aan initiatieven van het kind, ervaren kinderen dat zij worden begrepen en dat hun behoeften worden gezien.
  • Ten slotte blijkt dat 63% van de ouders zich bewuster is geworden van het aanpassen aan het tempo van het kind tijdens het spelmoment en dit vaker toepast. Door het kind te volgen in het spel en het tempo van het kind aan te houden, sluiten ouders beter aan bij de belevingswereld van hun kind. Dit vergroot het gevoel van gezien en gehoord worden en versterkt de onderlinge verbinding.
  • Bij het benoemen van wat ouders zelf zien, voelen en doen, en wat hun kind ziet, voelt en doet, valt op dat 32% van de ouders aangeeft dit op dezelfde manier te zijn blijven doen. De grootste verandering is zichtbaar bij 67% van de ouders, die aangeven zich hiervan bewuster te zijn geworden en dit meer zijn gaan doen. Hier is de grootste meetbare winst zichtbaar.

Wanneer ouders vaker benoemen wat zijzelf en hun kind zien, doen en voelen, vergroot dit de kansen op een veilige hechting. Het kind voelt zich gehoord en begrepen en ervaart dat de ouder aansluit bij wat het nodig heeft.
Daarnaast ondersteunt dit de taalontwikkeling van het kind. Door meer taal aan te bieden die aansluit bij de situatie waarin het kind zich bevindt, leert het kind woorden herkennen en verbanden leggen. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van een grotere woordenschat op latere leeftijd.

 

Quotes van ouders zijn:

“Het grote compliment dat ik het goed doe met mijn dochter, maar wel meegenomen dat ik haar gevoelens meer kan benoemen.”

“Nog meer doorvragen bij alles wat we doen, zodat ons kind meer terug gaat praten.”

“Dat ik een grote vooruitgang zie.”

“Je ziet nu meer de reactie van je kind, dan als je in de situatie / spel zit.”