Jeugdgezondheids-zorg Berkelland Jaarverslag Berkelland 2024

Van het team jeugdgezondheidszorg

Top drie Problemen

1. Complexiteit van casuïstiek
We zien een toenemende complexiteit in de casuïstiek. Er is een groeiend aantal gezinnen met multiproblematiek, waarbij de oplossing van de problemen niet eenvoudig gevonden wordt. De afstemming tussen verschillende hulpverlenende instanties in het land verloopt niet altijd vlekkeloos, vooral wanneer gezinnen van regio wisselen en met nieuwe organisaties te maken krijgen. Daarnaast brengt deze instroom van nieuwe inwoners vaak problemen met zich mee omdat ze geen netwerk hebben en nog geen werk. Daarnaast zien we ook dat deze problemen vaak intergenerationeel worden overgedragen. We zien de toestroom van inwoners uit andere regio’s met name in de gemeenschap in Neede. Dat maakt dat de professionals een regierol krijgen in de afstemming met andere hulpverlening en vaker contact hebben met deze gezinnen. 

2. Toename en verschuiving opvoedvragen
Er is een verschuiving waargenomen in de opvoedvragen die ouders stellen. Waar vroeger vragen gingen over praktische zaken zoals voeding, zien ouders nu vaker problemen rondom slapen, eten en luisteren. Ouders hebben moeite met het combineren van werk, gezin en sociale verplichtingen, wat leidt tot een toename in vragen over gedragsproblemen bij kinderen. Het team heeft gemerkt dat ouders snel oplossingen zoeken voor deze problemen, terwijl sommige kwesties tijd, aandacht en geduld vergen.

3. Meer buitenlandse gezinnen
Er is een toename van buitenlandse gezinnen in Berkelland, wat extra uitdagingen met zich meebrengt. Deze gezinnen spreken vaak geen Nederlands, wat de communicatie bemoeilijkt. Het gebruik van vertaalapps helpt, het blijft een uitdaging om te verzekeren dat de boodschap goed overkomt. De buitenlandse gezinnen kampen vaak met armoede en een beperkt netwerk, wat hun integratie en toegang tot hulp bemoeilijkt. Het team probeert deze gezinnen zo goed mogelijk te ondersteunen, onder meer door ze te verwijzen naar lokale hulporganisaties zoals Stichting Babyspullen, Home-Start, het Voormekaarteam of de  Sociaal Raadslieden. We merken soms dat het door wachtlijsten een tijdje duurt voordat er hulp ingezet kan worden. 

Trends en ontwikkelingen

Verschuiving in vertrouwen in vaccinatie
Een andere opmerkelijke ontwikkeling is de toegenomen twijfel en kritische houding tegenover vaccinaties. Ouders stellen nu vaker kritische vragen en hebben meer behoefte aan informatie. Deze trend is sinds de coronapandemie steeds meer zichtbaar geworden. Tegelijkertijd zagen we tijdens de mazelenuitbraak in 2024 een toename van het aantal vragen voor de BMR-vaccinatie, ouders wilden hun kinderen eerder laten vaccineren.

Toenemende vaderbetrokkenheid
Het team heeft een toename in de betrokkenheid van vaders geobserveerd. Vaders nemen actiever deel aan de afspraken en zijn beter op de hoogte van de zorg en opvoeding van hun kinderen. Dit wordt mede toegeschreven aan het uitgebreide vaderschapsverlof, wat vaders de mogelijkheid geeft om meer tijd door te brengen met hun kinderen.

No Show

In Berkelland is het no show-percentage over het algemeen laag. De meeste ouders komen op tijd naar hun afspraken en afzeggingen zijn meestal het gevolg van ziekte bij de kinderen. Een uitzondering hierop vormen Oekraïense ouders, waarbij frequent afspraken worden gemist. Ouders die tijdens hun verblijf in Nederland een kind kregen, nemen meestal deel aan de reguliere consulten, maar ouders die met jonge kinderen naar Nederland kwamen, missen vaak afspraken, mogelijk door gebrek aan kennis of vertrouwen in de zorg.

 

Statushouders en Oekrainers

De coördinatie rondom Oekraïense gezinnen kost veel tijd, vooral omdat sommige families meerdere keren verhuizen binnen of buiten de gemeente. Daarnaast zien we dat deze gezinnen vaak moeite hebben met het betalen van de eigen bijdrage voor de kinderopvang, wat ertoe leidt dat kinderen niet naar de opvang gaan. Dit is zorgelijk, omdat de kinderen zo minder kansen krijgen om de Nederlandse taal te leren voordat ze naar school gaan. Bovendien weten veel ouders niet of ze in Nederland willen blijven, wat hun motivatie om deze bijdrage te willen betalen, vermindert.

Bij andere statushouders valt op dat er vaak sprake is van grote gezinnen, soms met zeven of acht kinderen. Deze gezinnen ervaren vaak financiële problemen en hebben moeite om grotere woningen te vinden die geschikt zijn voor hun gezinssamenstelling. De financiële druk bemoeilijkt de toeleiding naar de kinderopvang en peuterspeelzaal en er ontstaan regelmatig problemen met kinderopvangtoeslagen, vooral als ouders niet tijdig wijzigingen doorgeven, bijvoorbeeld nadat de Nederlands les is gestopt. Tijdens de Nederlandse les hebben ze namelijk wel recht op kinderopvangtoeslag, daarna niet meer.
Er zijn zorgen over deze gezinnen wanneer de kinderen in de toekomst ouder zijn of het financieel haalbaar is deze te onderhouden. De gezinnen worden geholpen en doorverwezen naar het Voormekaartteam.
Ook zien we dat Syrische ouders sneller en makkelijker integreren dan West-Afrikaanse ouders. Dat is te verklaren door culturele verschillen en opleidingsniveau. 

 

Casus: Financiële druk en opvoedproblematiek

Hier beschrijven we een voorbeeldcasus over hoe complex situaties kunnen zijn doordat financiële zorgen, opvoedstress en beperkte hulpverlening elkaar versterken. De moeder heeft weinig ruimte voor ondersteuning, waardoor opvoedproblemen escaleren en gedragsproblemen bij de kinderen ontstaan. Financiële problemen dwingen ouders tot keuzes die ten koste gaan van stabiliteit en opvoedkundige ondersteuning, wat de ontwikkeling van de kinderen beïnvloedt.

Een jong gezin in Berkelland kwam prenataal in beeld bij de jeugdgezondheidszorg. De vader had een beperking, waardoor de opvoeding van de kinderen een uitdaging voor hem  vormde. Thuisbegeleiding werd ingezet om hem te ondersteunen, maar al snel bleek ook dat de ouders niet op één lijn zaten. De spanningen liepen op en resulteerden in een scheiding, waarna de moeder alleen verantwoordelijk werd voor de zorg.

Naast de opvoeding moest de moeder ook financieel rondkomen en werkte daarom veel. De kinderen gingen naar de kinderopvang, wat hun ontwikkeling ten goede kwam. Op haar enige vrije dag had ze afspraken met instanties zoals de gemeente en haar advocaat, waardoor afspraken bij het consultatiebureau en thuisbegeleiding vaak werden gemist. De opvoedondersteuning kon daarom alleen op die ene vrije dag plaatsvinden, maar dan had de moeder geen ruimte in haar agenda om de afwikkeling van de scheiding (rechters en advocaten) te regelen.

De kinderopvang signaleerde ondertussen zorgen: de kinderen vertoonden agressief gedrag en hadden moeite met correcties. Dit riep de vraag op hoe de thuissituatie, vooral in de weekenden, hun gedrag beïnvloedde. Veilig Thuis raakte betrokken, maar ook hier speelden de tijdsdruk en de planning (kan alleen op de vrije dag van moeder) van hulpverlening een rol.

Daarnaast waren er voortdurende financiële problemen, wat de opvoedingssituatie bemoeilijkte.
Het gezin is nu aangemeld bij Integrale Vroeghulp om te onderzoeken of er een kindfactor meespeelt en of regulier basisonderwijs passend is. 

 

% bereik
% non-bereik
99.00%
1.00%